“Als de Zon opkomt, moeten al onze sterren zich verbergen.
Sla jezelf met de strijdknots. Verbrijzel het ego.
Je lichamelijke oog is een prop katoen in je oren.” Mevlana Rumi (1207-1273)
De verbeelding is belangrijk in therapie. De geschiedenis van een client kan niet veranderen. Maar wel hoe dat verleden wordt verbeeld. Verbeelding is geen fantasie, maar een vermogen om creatief mede vorm te geven aan de werkelijkheid. De kracht, verfijning en schoonheid van de verbeelding zien we vaak niet meer, omdat we het verbeelde tot de werkelijkheid rekenen. Het is als een blinde vlek. Wanneer men de effecten van de verbeelding afdoet als een placebo-effect, ontkent men de zelfstandige realiteit ervan. Het is niet simpel de bril waarmee men kijkt, maar wezenlijk bestanddeel van de werkelijkheid. Ook het materialistisch wereldbeeld is een product van de verbeelding. Wie dat kan zien, heeft de keus om zich een mooiere, liefderijkere wereld te verbeelden.
In de optische illusie zie je de verbeelding aan het werk, zoals je pas merkt dat je een stuk gereedschap in je handen hebt, op het moment dat het kapot gaat en je het niet meer probleemloos kan gebruiken. Sta eens stil bij het illusoire effect van de volgende plaatjes en laat je verwonderen. Wacht even met het verklaren. Het brengt je aandacht bij de enorme verfijnde afstemming van het oog op de omgeving, bemiddeld door de verbeelding.

Wat deze illusies mooi laten zien is hoe het oog interpreteert. Het oog is niet een simpel registrerend orgaan, maar brengt zelf ook iets mee in de waarneming. Het is een tweerichtingsverkeer. Dit interpreteren kan je nooit helemaal weglaten. Het is ingebouwd om te zorgen dat organisme en omgeving op elkaar zijn aangesloten. Er is een moment van interpretatie of verbeelding nodig om te zorgen dat wat wij zien, ook betekenis heeft. Soms kunnen we die verbeelding betrappen op een onjuistheid en triomfantelijk roepen: dit is een illusie. Maar de illusie is er altijd, poëtisch voorgesteld als de droom in de droom. Of zoals Immanuel Kant het zei, we hebben nooit toegang tot het Ding an sich.
Het zien is dus interpreteren en niet registreren. De verbeelding is overal. Hoe makkelijk we dit vergeten en hoever dit reikt, daar wil ik nog even bij stil staan aan de hand van, ik geef het direct toe, een wat kromme vergelijking. Zoals het oog is verbonden met het licht, zijn onze hersenen verbonden met het interne licht of bewustzijn. Zoals het oog accommodeert om scherper te zien, wijzigen de hersenen hun manier van waarnemen via de verbeelding.
In de taal noemen we dergelijke verbeelding een metafoor. Het bewustzijn als licht is een hele oude metafoor. Metaforen leggen via de verbeelding verbanden tussen verschillende dingen, typisch verbeeld als figuurlijke en letterlijke zaken. Alle kennis en alle denken berust op het gebruik van metaforen. In de verbeelding komen dingen bij elkaar. De verbeelding maakt tot een geheel en heeft een helende werking.
En nu laat ik mijn verbeelding maar helemaal gaan en zet nog een stap verder. In dit helen, ligt ook ons verlangen naar schoonheid en de liefde besloten. Dat is naar mijn idee waarover in zoveel spirituele tradities wordt gesproken. Met een beetje verbeelding kunnen we kiezen voor een bezielde en liefderijkere wereld. Daar wordt de wereld écht mooier van.



