Survival of the fittedness

Het is niet het organisme dat het best is aangepast, dat de koers van evolutie bepaalt. Het is de combinatie van organisme en omgeving, van ecologie, die het leven doorgeeft. Het is een fundamentele verschuiving die zich in de biologie en ook in de filosofie aan het voltrekken is. Survival of the fittedness viel me opeens in, als passende (fitting) slogan om die ontwikkeling een gezicht te geven.

Van jongs af aan ben ik gefascineerd door de evolutietheorie. Het sluitstuk van De Verlichting, dat de hele natuur verklaart. De invloed van deze r-evolutie is nauwelijks te overschatten. Nadat de natuurkunde het heelal had gemechaniseerd, deed Darwin dat met het leven. De scheiding tussen lichaam en geest werd beslist in het voordeel van de materie. De bezielende logos van de oude Grieken, werd biologie.

De gevende hand van het toeval, die zorgt voor telkens nieuwe willekeurige mutaties in de genen, is voldoende om via de druk van natuurlijk selectie, de hele diversiteit en rijkdom van het leven te verklaren. Geen andere oorzaak dan de werkoorzaak, de toevallige botsingen van biljartballen, de atomen, is voldoende om de hele wereld te begrijpen. De doeloorzaak, vorm- en stofoorzaak verdwenen uit de wetenschap.

Het zijn gedachten die diep in onze cultuur zijn doorgedrongen. Wie de gedachte helemaal serieus neemt, ziet al het menselijk overwegen en streven, onze vrij wil als een illusie. Onze gedachten zijn het bijproduct van de botsende atomen. Zij zetten niets in werking.

Iets dat volledig zonder consequentie is, heeft geen werkelijkheid. Werkelijkheid is, wat causale werking heeft. Wij zijn ons brein is de Nederlands variant hiervan. Internationaal zijn er serieuze debatten over het bestaan van de vrije wil. Mensen als Robert Sapolspky en Sam Harris, die de vrije wil ontkennen, vinden veel weerklank.

Ver van ons bed? Mogelijk. Maar hoe zit het met onze agency? Hoe is het gesteld met onze levendigheid? David Graeber beschreef in Bullshit Jobs hoe talloze mensen het gevoel hebben met volslagen zinloos werk bezig zijn. Waar komen die talloze hoofden op pootjes, gevangen tussen pensioen en hypotheek, toch vandaan?

Ook in onze economisch ordening is nog weinig ruimte voor vrije wil. ‘Groei en vrije markt’ zijn heilig en beperken de politieke ruimte. Wie heeft nog het gevoel dat de politiek echt een verschil kan maken?
De onzichtbare hand van Adam Smits, die zorgt voor welvaart voor iedereen, sloeg de handen ineen met de gevende hand van blind toeval (variation) in de natuur. Daarmee vonden neo-liberalen een ijzeren logica om de vrije markt als een soort natuurwet te laten zegevieren. Zoals God niet meer nodig was in de kosmos, kon ook de overheid zich uit het economisch leven terugtrekken. De onzichtbare hand kreeg een ijzeren greep.

Zie hier waar mijn verzet tegen de evolutietheorie vandaan komt. Tegelijkertijd gefascineerd door het theoretisch bouwsel, waar ik maar niet in slaagde het omver te trekken. Wat heerlijk dat deze ideeën nu langzaam maar zeker worden afgebroken.

Het organisme en de cel hebben invloed op de genen (Dennis Nobel, Dance tot he tune of life). Creatie als proces van relateren (Richard Watson‘s, Songs of life and mind). Oorzaak en gevolg zijn circulair: Dynamische systeemtheorie. Van de Platoonse vormen tot mechanische atomen, er is geen niveau dat we causaal kunnen privilegiëren (Michael Levin). In de filosofie kwam het substantie denken onder kritiek. De relaties tussen de dingen zijn net zo oorspronkelijk als de dingen zelf. Ze ontstaan tegelijkertijd. (John Vervaeke, William Desmond).

Aandacht voor aandacht

Wat stuurt mijn aandacht? Wat leidt mijn ogen door de wereld? Waar komen mijn gedachten vandaan? Het is een duizelingwekkende vraag. Waar moet je beginnen? Het is als proberen over je eigen schaduw te springen. Toch is aandacht heel bepalend voor onze kwaliteit van leven. Zowel het aandacht geven vervult, als het aandacht krijgen. Volg mij op een geitenpaadje naar aandacht voor je Zelf.

Wat stuurt onze aandacht? Voor de hand ligt het antwoord dat prikkels uit de omgeving mijn aandacht leiden. Een aspect van aandacht dat de sociale media tot het uiterste exploiteren (race for the brainstem). We zien daarin geen probleem, omdat we zelf verantwoordelijkheid nemen, wat we met die prikkel doen: kopen of niet kopen. Maar eigenlijk is dat reactief en zijn we, zoals iedereen wel weet, lang niet zo autonoom als we zelf wel denken. De reclame industrie is niet voor niets een miljarden business.

Voordat prikkels binnenkomen hebben we een verantwoordelijkheid voor onze aandacht. Maar hoe doe je dat? Hoe werkt dat eigenlijk? In onze opvoeding krijgen wij een aandachtslandschap mee. Het nest waaruit je komt, is bepalend waar je aandacht naar uit gaat. Bij veel mensen kan je wel raden of ze uit een katholiek, protestants, socialistisch of liberaal nest komen. Die oriëntatie blijft zich je hele leven ontwikkelen. Ga je je interesseren voor vogeltjes dan zie je overal nieuwe soorten. Neem je je voor meer complimenten te geven, dan ga je meer letten op positieve zaken. Onze waarneming is niet als een registrerende machine. Telkens springen dingen eruit, die onze aandacht trekken. Beweging en contrast vallen direct op, rood is gevaar of verleiding, een gestalte in de periferie van ons zicht maakt alert. De zintuigen creëren, samen met denken en onze verbeelding, een wereld.

Hoe kun je voor die wereld meer verantwoordelijkheid nemen? Eén manier is  door te vertragen. Vertragen opent de zintuigen. Alle zintuigen zijn daarbij belangrijk, zeker ook het voelen, horen, ruiken en proeven. Juist die kunnen ons iets leren, omdat wij doorgaans sterk zijn gericht op de ogen. In onze beeldschermcultuur is dat alleen nog maar toegenomen. De ogen lijken afstandelijk en neutraal. Maar wat je binnenkrijgt heeft wel effect. De ogen zijn geneigd daaroverheen te stappen, omdat zich zo snel oriënteren en het waargenomene buiten zich plaatsen. Maar het komt wel binnen. Wat als we met meer aandacht rondkijken? Als we als het ware proeven wat we zien, er goed op kauwen en uitspugen wat ons niet bevalt.

We leven steeds meer in een virtuele ogenwereld. De beelden worden steeds sneller rondgepompt. De prikkels en algoritmes leiden ons leven. Maar wij kunnen ons daar ook van afwenden door de ogen te sluiten, te vertragen en naar binnen te gaan. Meer aandacht voor onze binnenwereld. Ruimte voor de innerlijke zintuigen, zij zijn een poort naar de ziel. De beweging van de ziel is om dingen heel te maken. Dat gaat vanzelf, als een zaadje dat geen moeite doet om een boom te worden. Vanuit ontspanning, rustend in de voedende donkere aarde, dicht bij ons Zelf, kunnen we groeien en in de wereld brengen, wat van binnen leeft. Ik sluit af zonder call-to-action!

What relates creates!

De evolutietheorie is aan het transformeren. Het schema van competitie en survival blijkt niet het laatste woord. De oude grondgedachte What persists exist is aan het transformeren naar What relates creates. Verschillende biologen als Denis, Nobel en Michael Levin laten dat steeds meer experimenteel zien.

In deze video spreekt Richard Watson vrijuit. Als wetenschapper is hij bekend van Songs of life — dat ik vertaalde als lijfswijs — over de muziek als metafoor in de evolutie. Geïnspireerd vanuit wetenschap en boeddhisme komt hij tot de logische conclusie, creatie is een proces van relateren en co-knowing: Liefde is het hart van de evolutie.

Ik heb wat fragmenten uit zijn betoog op een rijtje gezet.

Evolution = what persists exists

In order to exist or survive I need to become a better model of the environment including a better model of you.

This is mutual, the environment is a model of me. Both sides of that boundary need to be complimentary reflections of one another.

When I know you well and vice versa, you knowing me, requires change and transformation in you. We find stability together through our shared Dynamic synchronization.
We are opposites but the same. There is no stability without our co-knowing.

That co-knowing is vulnerable in the sense that it transforms me and transforms you, it’s mutual in the sense that it’s symmetric and it’s deep in the sensethat it can’t just be superficial. I think deeply vulnerable. Mutual knowing is a good stab at what love is, deeply vulnerable Mutual knowing, that kind of relation that is the essence of creation.

Things exist because of their deeply vulnerable Mutual knowing, not because they were able to put a boundary around themselves that kept everything else out. It’s because of the Symmetry between the inside and the outside.

Tonos

Foto Baliko Andras at Unsplash

Tonos is creatieve spanning. Denk maar eens aan de bespanning van een snaarinstrument. De snaren moeten niet te los staan en ook niet te strak. Op dezelfde manier kunnen wij in ons leven te meegaand of overspannen zijn.

In de medisch wereld staat tonos voor spierspanning. In ontspannen toestand behoudt een spier een bepaalde spanning. Deze basisspanning bepaalt voor een belangrijk deel je lichaamshouding. Die kan gezond, onder- of overspannen zijn.

Tonos staat voor het luisteren naar beide kanten in een verhaal, zonder dat er een kant weg hoeft. Zoals je op een muziekinstrument moet oefenen, om de muziek te laten klinken, vergt het ook stuurmanskunst om de spanningen in je relatie, werk of andere zaken om te buigen naar een swingende compositie. Ik vertel daar graag meer in een intake gesprek.

Boeddhisme en tonos
Siddhartha Gautama (de latere Boeddha) had jarenlang ascese beoefend. Hij at bijna niets meer en dreef zijn lichaam tot het uiterste, in de overtuiging dat dit de weg naar bevrijding was. Hij werd zo mager dat, volgens sommige teksten, zijn ribben zichtbaar uitstaken en hij nauwelijks meer kon lopen.

Op een dag zat hij verzwakt aan de oever van de rivier de Nerañjarā. Daar hoorde hij vanuit een passerende bootje de muziek van een vina (Indiase luit). Een zanger of muziekleraar legde uit aan een leerling dat de snaren niet te strak gespannen mochten zijn — dan zouden ze breken — maar ook niet te slap, want dan zouden ze geen toon voortbrengen. Alleen de juiste spanning bracht de juiste klank voort.
Toen Siddhartha dit hoorde, begreep hij dat hij in zijn spirituele praktijk te ver was doorgeschoten: hij had de “snaar van het lichaam” te strak gespannen door zichzelf uit te hongeren en uit te putten. Even daarvoor had hij het “wereldse leven” als te slap ervaren. Het inzicht kwam dat de weg naar bevrijding niet in uitersten ligt, maar in het midden: de Middenweg (madhyamā pratipad).

Verwondering

Verwondering is even stil te staan bij de dingen. Die verwondering lijken wij te zijn verleerd. De wereld is in kaart gebracht en we hebben onze aandacht meer bij de kaart dan de echte wereld. Alle begrippen en kennis vormen een naadloos systeem. Lopen we tegen een hiaat, dan is dat een project om te worden opgelost.
Een weg hieruit is niet eenvoudig. Overal is kennis, maar waar kan je terecht voor wijsheid? Ik vind dat zeker in het werk van William Desmond. Wat een genot om naar dit Ierse accent te luisteren, dat met zijn zangerige toon, je even stil doet staan. De woorden vliegen bij mij naar binnen, als God’s woord in een ouderling. Ik voel dat het zo kloppend is. Wil ik het reproduceren, dan lukt het me niet echt. Het denken van Desmond houdt het midden tussen filosofie, theologie en poëzie. Het is geen reproduceerbare theorie, maar een belichaming van filosofisch gestemd zijn, dat begint met verwondering.

Luister hier naar een mooi gesprek tussen William Desmond en Guy Sengstock

Vrede

Vrede vergt de vijand te verstaan.
Nieuwsgierig te zijn naar zijn verhaal.
De eigen principes waaraan ik de ander meet,
Kritisch te onderzoeken.
Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen.

Mijn eigen waarden en identiteit mag ik cultiveren
En beschermen met gepaste kracht.
Om vandaaruit het gesprek aan te gaan,
En te komen tot een vergelijk
Waar beiden Vrede mee hebben.

Awakening from the meaning crises

In enkele dagen verslonden, deze meesterlijk cultuuranalyse van John Vervaeke. Wat een scherpe diagnose van onze tijd en wat een diepgravende interpretatie van de historische wortels van de heersende ‘meaning crisis’. Vervaeke neemt je mee vanaf het sjamanisme tot aan de moderne tijd en maakt onderweg zoveel verbanden duidelijk. Via sleutelfiguren als Socrates, Boeddha en Jezus van Nazareth, Augustinus, Thomas van Aquino, Luther, Descartes, Kant, Nietsche, Hegel en vele anderen schetst hij de interne logica en dynamiek van de ideeën en hoe ze in de menselijke cultuur en zelfbeleving doorwerkten.

Wat is de meaning crisis eigenlijk? Voor veel mensen zal dit op een bepaalde laag resoneren, en voor sommigen is het slechts het hersenspinsel van sombere filosofen. Vervaeke staat hier uitgebreid bij stil en wie overtuigd wil raken, zal het boek moeten lezen. Ik pik er even wat losse elementen uit. Mondiaal speelt de nucleaire dreiging, de ecologische crisis en de afnemende biodiversiteit. Sociaal zien we de bizarre schietincidenten op scholen, migratie, het afnemend gezag van leiders en de uitholling van de democratie. Op psychologisch niveau is er de mechanisering en individualisering van het leven (algoritmes en diagnose behandelcombinaties), weerspiegeld in een toename van eenzaamheid en stijgende suïcidecijfers.

Een werkelijk antwoord op de meaning crisis vraagt volgens Vervaeke om een culturele transformatie: een verandering van bewustzijn, cognitie, karakter en cultuur. Wij zijn meesters geworden in wetenschappelijke kennis, maar op welke wijze cultiveren wij de deugden, wijsheid en compassie? Traditioneel had religie hier een functie in. Maar, zo beseft Vervaeke, dit werkt niet meer. Het fundamentalisme leidt tot dezelfde zinloosheid als het atheïsme. Wat kan ons leven weer meer betekenis geven? Het is een veel gehoord verlangen bij massa’s mensen die wel geloven “dat er iets is”, maar blijven steken in woorden als persoonlijke beleving — zonder gemeenschappelijk gedragen visie, rituelen en spirituele oefeningen.

De inzichten die in dit boek worden gegeven, kunnen ons geweldig helpen om niet opnieuw met verkeerde antwoorden mee te lopen, zoals het communisme en het fascisme hebben laten zien. Spiritual bypassing en groteske complottheorieën zijn meer actuele valkuilen om het leven betekenis te geven. Dit eerste deel van Awakening from the Meaning Crisis gaat over de herkomst. In het volgende deel richt Vervaeke zich op mogelijke antwoorden. Dit boek laat enkele pijlers daarvan al wel zien.

Contact met de werkelijkheid is een belangrijk uitgangspunt. Een belangrijke draad is dat toen God zich uit de wereld terugtrok, de menselijk geest opgesloten raakte in zijn eigen subjectiviteit. We zijn individueel en zelfstandig denken voorop gaan stellen, ten koste van traditie en rituelen. Dat is een grote verandering, die sluipenderwijs heeft plaatsgevonden. Je ziet het heel klein in een nieuwe gewoonte die vanaf de late middeleeuwen opkomt: het in stilte lezen. Dat was echt iets nieuws in die tijd. Het hardop lezen voor of met een groep, vaak begeleid door muziek, raakte uit de mode. De symbolen werden steeds vaker stil en intern verwerkt.

In diezelfde tijd won het nominalisme terrein. Tegen de realisten stelden nominalisten dat algemene begrippen of abstracte concepten (zoals “mens”, “boom” of “goedheid”) geen zelfstandige werkelijkheid hebben, maar slechts namen (nomina) zijn die we gebruiken om individuele dingen te groeperen. Alleen concrete, individuele objecten bestaan echt; categorieën zijn menselijke constructies. De interne coherentie en logica van de taal werden daarmee steeds belangrijker.

Vervaeke wil uit het al te nauwe, talige en berekenende sublectiviteit breken, door aandacht te vragen voor oudere en diepere vormen van kennen. Dit zijn procedurele, perspectivische en deelnemende vormen van kennis. Wat je je hierbij kunt voorstellen is een antwoord op de vraag: ‘hoe is het om iets te zijn?’. Bijvoorbeeld: “What is it like to be a bat?” — naar het beroemde artikel van Thomas Nagel. We kunnen dat alleen weten door een vleermuis te worden.

Nu is deze vraag niet erg relevant voor ons. Maar stel je hebt een relatie en vraagt je af hoe het is om een ouder te worden. Je kunt hier eindeloos over nadenken, maar komt dan nooit tot een beslissing. Het is participatieve kennis die je moet ervaren door de stap te wagen — door te vertrouwen dat het je iets nieuws gaat brengen. Het is kennis die je niet methodisch verwerft (zoals wetenschap), maar via een proces, waarin je zelf bent betrokken. De bereidheid om zelf te veranderen is essentieel.

Het is een oud Neoplatonisch idee dat persoonlijke transformatie nodig is om dieper in de werkelijkheid te kunnen kijken. Het is het idee dat geest en werkelijkheid geleveld zijn: de hogere levels van de werkelijkheid zie je pas wanneer de geest zelf op een hoger level is gekomen. Het is een krachtige visie tegen een doorgeslagen wetenschappelijk reductionisme, dat meent alles — zonder persoonlijke deelname — vanaf het laagste niveau (de elementaire deeltjes) te kunnen begrijpen. Het zijn grote lijnen waar Vervaeke 400 bladzijden voor nodig heeft om uitéén te zetten. Dus laat dit bedoeld zijn om de nieuwsgierigheid op te wekken. Een schitterend boek en aanrader voor iedereen om te lezen.

Je kan natuurlijk ook de Youtube serie kijken. Ook de serie ‘After Socrates’ is van harte aanbevolen. Binnenkort kort verschijnt een verslag van zijn  pelgrimstocht langs de Zijderoute. Zijn voornemen: de wijsheid van Oost en West met elkaar verbinden en zelf het proces van innerlijke transformatie met de kijker te delen.

Samengedrukt


Deze vriendelijke reus staat graag voor je klaar. Als het nodig is helpt hij de hele wereld. Daardoor gaat hij wat zwaar door het leven. Vaak is hij vergeten waar hijzelf blij van wordt.

Bij de samengedrukte karakterstijl gaat het erom weer te voelen wat jij zelf wil. Wanneer in je peutertijd er te veel druk wordt uitgeoefend, ga je jezelf wegcijferen. Heel lijfelijk kan dit gebeuren wanneer je ouders te snel verlangen dat je zinnelijk bent. Meer figuurlijk kan het ontstaan wanneer je altijd stil moet zijn voor de buren, of omdat één van de ouders het zo druk of moeilijk heeft: “Shht….! Papa is ziek, mama heeft hoofdpijn.” Dit geeft een innerlijke strijd tussen het eigen verlangen en de angst voor afstraffing. Wanneer dit patroon zich vastzet, ben jij het als volwassene zelf, die onbewust je eigen afstraffing verzorgt. Er is schaamte en onkunde om echt voor jezelf te kiezen.

Het gaat er dus om weer beter te proeven wat jou werkelijk goed doet. Je hebt altijd zoveel gedragen. Wat dient jou niet meer en mag je van je afschudden? Kun je de boosheid die sluimert onder al dit dragen, weer voelen en uitten in contact met een ander. Durf jezelf meer te laten zien met je mooie en minder mooie kanten? Durf je die stap te maken, dan ontstaat er weer balans. Je kwaliteiten als betrokkenheid, verantwoordelijkheidsgevoel en doorzettingsvermogen gaan niet meer ten koste van je eigen verlangens.

Verbeeldt een mooiere wereld

“Als de Zon opkomt, moeten al onze sterren zich verbergen.
Sla jezelf met de strijdknots. Verbrijzel het ego.
Je lichamelijke oog is een prop katoen in je oren.”
Mevlana Rumi (1207-1273)

De verbeelding is belangrijk in therapie. De geschiedenis van een client kan niet veranderen. Maar wel hoe dat verleden wordt verbeeld. Verbeelding is geen fantasie, maar een vermogen om creatief mede vorm te geven aan de werkelijkheid. De kracht, verfijning en schoonheid van de verbeelding zien we vaak niet meer, omdat we het verbeelde tot de werkelijkheid rekenen. Het is als een blinde vlek. Wanneer men de effecten van de verbeelding afdoet als een placebo-effect, ontkent men de zelfstandige realiteit ervan. Het is niet simpel de bril waarmee men kijkt, maar wezenlijk bestanddeel van de werkelijkheid. Ook het materialistisch wereldbeeld is een product van de verbeelding. Wie dat kan zien, heeft de keus om zich een mooiere, liefderijkere wereld te verbeelden.

In de optische illusie zie je de verbeelding aan het werk, zoals je pas merkt dat je een stuk gereedschap in je handen hebt, op het moment dat het kapot gaat en je het niet meer probleemloos kan gebruiken. Sta eens stil bij het illusoire effect van de volgende plaatjes en laat je verwonderen. Wacht even met het verklaren. Het brengt je aandacht bij de enorme verfijnde afstemming van het oog op de omgeving, bemiddeld door de verbeelding.

Het zwarte ovaal in deze afbeelding lijkt op je af te komen, alsof je met de auto een tunnel in rijdt. In de kleurenillusie van David Novick hebben alle ballen exact dezelfde kleur beige. De kleuren die je ziet, worden totaal bepaald door de context. Voor een bewegende demonstratie een Youtube filmpje

Wat deze illusies mooi laten zien is hoe het oog interpreteert. Het oog is niet een simpel registrerend orgaan, maar brengt zelf ook iets mee in de waarneming. Het is een tweerichtingsverkeer. Dit interpreteren kan je nooit helemaal weglaten. Het is ingebouwd om te zorgen dat organisme en omgeving op elkaar zijn aangesloten. Er is een moment van interpretatie of verbeelding nodig om te zorgen dat wat wij zien, ook betekenis heeft. Soms kunnen we die verbeelding betrappen op een onjuistheid en triomfantelijk roepen: dit is een illusie. Maar de illusie is er altijd, poëtisch voorgesteld als de droom in de droom. Of zoals Immanuel Kant het zei, we hebben nooit toegang tot het Ding an sich.

Het zien is dus interpreteren en niet registreren. De verbeelding is overal. Hoe makkelijk we dit vergeten en hoever dit reikt, daar wil ik nog even bij stil staan aan de hand van, ik geef het direct toe, een wat kromme vergelijking. Zoals het oog is verbonden met het licht, zijn onze hersenen verbonden met het interne licht of bewustzijn. Zoals het oog accommodeert om scherper te zien, wijzigen de hersenen hun manier van waarnemen via de verbeelding.

In de taal noemen we dergelijke verbeelding een metafoor. Het bewustzijn als licht is een hele oude metafoor. Metaforen leggen via de verbeelding verbanden tussen verschillende dingen, typisch verbeeld als figuurlijke en letterlijke zaken. Alle kennis en alle denken berust op het gebruik van metaforen. In de verbeelding komen dingen bij elkaar. De verbeelding maakt tot een geheel en heeft een helende werking.

En nu laat ik mijn verbeelding maar helemaal gaan en zet nog een stap verder. In dit helen, ligt ook ons verlangen naar schoonheid en de liefde besloten. Dat is naar mijn idee waarover in zoveel spirituele tradities wordt gesproken. Met een beetje verbeelding kunnen we kiezen voor een bezielde en liefderijkere wereld. Daar wordt de wereld écht mooier van.

De belofte van waarheid

Therapie gaat naar mijn idee over waarheid spreken. Dan kan alles ontspannen en hoeft niets te worden weggedrukt.

In het Engels zijn de woorden truth, trust en troth van dezelfde stam. Waarheid, vertrouwen en verloven zijn dus van oorsprong met elkaar in verband gebracht. Vooral verloven is verrassend. Wat kan daar de betekenis van zijn?

Verloven is de belofte om je zelf te geven aan een ander. Hoe kan ik dat met waarheid in verband brengen? Kan ik waarheid zien als belofte mijzelf te geven aan… de wereld? Intuïtief spreekt mij dit aan. Het haalt ons weg van waarheid die is verdroogd tot het houden aan de feiten. Het brengt een rijkere waarheid naar voren die over waarachtigheid en echtheid gaat. Verloven brengt ons in de echt. Zoals het in een huwelijk nooit moet gaan over gelijk hebben, gaat waarheid ook veel dieper dan de overeenstemming met de feiten

Het streven naar waarheid is het vasthouden aan de belofte dat onze gedeelde betekeniswereld standhoudt. Daarin kunnen wij autonomie ervaren en onszelf overstijgen. Ook in ervaringen die onze zingeving doorkruisen, zoals dood en oorlog of kleine, soms zelfs puur innerlijke, conflicten. Door vertrouwen in een uiteindelijk, goede dragende grond, zijn we hier niet volledig alleen aan overgeleverd. De belofte komt altijd van twee kanten. En de stam van de woorden gelovenbeloven is niet toevallig dezelfde als voor het woord liefde.

In oude culturen was er nog een besef dat de mogelijkheid dit te zien, afhankelijk is van je eigen transformatie. Zoals in een goed huwelijk partners van elkaar leren en veranderen. Het pad ontstaat door het te bewandelen. Waarheid in therapie kan je helpen te veranderen. Het biedt de belofte voor een betere wereld.