
Foto Baliko Andras at Unsplash
Tonos is creatieve spanning. Denk maar eens aan de bespanning van een snaarinstrument. De snaren moeten niet te los staan en ook niet te strak. Op dezelfde manier kunnen wij in ons leven te meegaand of overspannen zijn.
In de medisch wereld staat tonos voor spierspanning. In ontspannen toestand behoudt een spier een bepaalde spanning. Deze basisspanning bepaalt voor een belangrijk deel je lichaamshouding. Die kan gezond, onder- of overspannen zijn.
Tonos staat voor het luisteren naar beide kanten in een verhaal, zonder dat er een kant weg hoeft. Zoals je op een muziekinstrument moet oefenen, om de muziek te laten klinken, vergt het ook stuurmanskunst om de spanningen in je relatie, werk of andere zaken om te buigen naar een swingende compositie. Ik vertel daar graag meer in een intake gesprek.
Boeddhisme en tonos
Siddhartha Gautama (de latere Boeddha) had jarenlang ascese beoefend. Hij at bijna niets meer en dreef zijn lichaam tot het uiterste, in de overtuiging dat dit de weg naar bevrijding was. Hij werd zo mager dat, volgens sommige teksten, zijn ribben zichtbaar uitstaken en hij nauwelijks meer kon lopen.
Op een dag zat hij verzwakt aan de oever van de rivier de Nerañjarā. Daar hoorde hij vanuit een passerende bootje de muziek van een vina (Indiase luit). Een zanger of muziekleraar legde uit aan een leerling dat de snaren niet te strak gespannen mochten zijn — dan zouden ze breken — maar ook niet te slap, want dan zouden ze geen toon voortbrengen. Alleen de juiste spanning bracht de juiste klank voort.
Toen Siddhartha dit hoorde, begreep hij dat hij in zijn spirituele praktijk te ver was doorgeschoten: hij had de “snaar van het lichaam” te strak gespannen door zichzelf uit te hongeren en uit te putten. Even daarvoor had hij het “wereldse leven” als te slap ervaren. Het inzicht kwam dat de weg naar bevrijding niet in uitersten ligt, maar in het midden: de Middenweg (madhyamā pratipad).

