Evolutie doelgericht of blind toeval?

Prachtig onderzoek van Michael Levin laat zien, dat de variatie in de evolutie niet geheel blind is. Er is toeval maar niet alles is mogelijk. De morfo-space waarbinnen de evolutie navigeert, heeft al een bepaalde structuur en staat niet alle variaties toe. Bepaalde oplossingen zijn energetisch stabiel en andere niet. De evolutie convergeert naar oplossingen die op een bepaalde manier in de structuur van de kosmos al vastlagen.

Levin doet onderzoek naar de collectieve intelligentie van cellen. Hoe werken de cellen samen om tot een gezond organisme te komen? Dit doen ze onder andere via bio-elektrische signalen. De zenuwcellen in onze hersenen, zijn een specialisatie van gewone cellen, zegt Levin. Zenuwcellen kunnen een elektrisch signaal over afstand transporten. Maar alle cellen communiceren via bio-elektrische spanningen op het celmembraan. In de hersenen leidt dit tot denken, in een bevruchte eicel tot de uitvoering van een doelgericht ontwerp. Hoe “weet” een bevruchte eicel waar het zijn eigen ledematen en organen moet ontwikkelen. Het ontwerp ligt voor een belangrijk deel in het bio-elektrisch veld.

Nog interessanter wordt dit onderzoek waar Levin aanwijzingen vindt dat deze bio-elektrische software, zoals hij het noemt, convergeert naar bepaalde energetisch optimale oplossingen. Als je de juiste aangrijpingspunten weet, kan je het ontwerp van het organisme veranderen. Levin vergelijkt het met het aanroepen van een functie in computer software. Het werkt zonder dat je weet wat er onder de motorkap gebeurt.

In het lab creëert Levin bijvoorbeeld een platworm met twee hoofden. Deze verandering wordt aan de volgende generatie doorgegeven, zonder dat er iets aan het genoom is veranderd. Verrassend genoeg kunnen soms ook ontwerpen opduiken van verwante soorten. Dit is een sterke aanwijzing dat de evolutie naar bepaalde oplossingen toe convergeert en niet eindeloos varieert. In de chaos theorie wordt dit beschreven als de attractors van een systeem. Schijnbaar chaotisch gedrag cirkelt bij nadere analyse om een soort anker heen. Wiskundig kan je daar heel precies aan rekenen. De wiskundige Alfred Whitehead sprak al over de lure (lokaas) van de evolutie; alsof ze zich ergens naartoe beweegt. De evolutie heeft niet alleen blind mechanische oorzaken in de rug, maar heeft ook al een voorgestructureerde ruimte voor zich. Levin komt met experimenteel wetenschappelijk onderzoek voor deze speculatieve claim.

En mocht je denken wat doet deze De Kijk-achtig bijdrage op de website van een therapeut? Ik geloof dat er veel lijden is als gevolg van de mechanistische opvatting van de natuur. Het is onderdeel van wat vaak wordt aangeduid als ‘The meaning crisis’. De wereld is gefragmenteerd geraakt en relaties zijn verbroken. Het is mooi als er van binnenuit scheuren ontstaan in dit wetenschappelijk wereldbeeld. Zoals Leonard Cohen zong: There’s a crack in everything, that is how the light comes in.

Hier vind je het interview met Michael Levin

Fragmentatie

If there are supernormal powers, it is through the cracked and fragmented self that they enter”, William James 

Bij dit spookdiertje zit de energie in de ogen. De gewrichten in de vingers zijn knokig en hij grijpt zich stevig vast, alsof hij uit elkaar kan vallen. Dat zijn kenmerken van fragmentatie. Deze karakterstijl ontstaat in de allerjongste levensfase wanneer het baby’tje vooral een gevoel van welkom en veiligheid nodig heeft. Dit zoekt hij met zijn ogen. Wanneer hij geen contact krijgt met de moeder of om andere redenen zich niet veilig voelt, komt er veel energie in de ogen en het hele segment langs de schedelrand. Het is fijn dat af en toe te masseren of dat je met de muis van je hand je ogen afdekt, zodat ze werkelijk kunnen rusten.

Wanneer je je niet welkom voelt, heb je moeite om aarde aan te komen. Een huis, inkomen en kinderen krijg je laat of moeizaam voor elkaar. Vaak blijf je wat afwachtend en bekijk je zaken graag van een afstand. Je denkt veel na en trekt je terug. Je hebt moeite om je volledig bij een groep thuis te voelen. Deze aardse drukte geeft schrik en jij verblijft graag in een hogere spirituele en veilige wereld van goden en engelen. Je hebt een artistieke en spirituele kwaliteit!

Wat jij nodig hebt is je telkens weer helemaal welkom te voelen? Dat begint al met het jezelf welkom voelen in je lijf en het helemaal te bewonen. Dan zal er meer energie in het lichaam komen en zal je levendigheid toenemen. Lijf en ziel worden meer éénheid. Je zal je meer thuis voelen onder de mensen, want ons lijf is zoals bij alle zoogdieren, volledig op samenzijn afgestemd. Wees welkom!

Belichaamd weten

Hoe kan je met woorden uitleggen wat je alleen met je lichaam kan weten? John Vervaeke slaagt erin in de serie ‘After Socrates’. Zijn pleidooi is om ‘participatory knowledge’ weer een centrale plaats te geven in onze cultuur. Participatory knowledge is kennis waarin jijzelf bent betrokken. Jij verandert en daardoor ga je dingen anders zien en begrijpen. Voor Vervaeke is deze kennis de bron van wijsheid. Het is typisch ook wat ik mijn coachopleiding en de opleiding Integrated Psycho-therapy heb ervaren.

Vervaeke werd bekend met de serie ‘Awakening from the meaning crisis’. In een notendop is zijn visie dat we in Westen zo intellectueel en theoretisch (propositioneel) zijn gaan denken, dat alles op een gegeven moment zinloos leek. In de biologie bijvoorbeeld, moet alles worden verklaard als gedreven door blind toeval. Men wringt zich, denk je soms, in de raarste bochten om er maar geen doelgerichtheid bij te halen, want dat zou een design veronderstellen en dat is niet wetenschappelijk.

Wanneer we uit ons hoofd (propositioneel denken), afdalen via procedural knowledge (vaardigheden), perspectival knowledge (hoe te handelen in jouw specifieke situatie) naar participatory knowledge, komen we bij een veel rijkere en verbonden wijze van kennen. Iedereen kent wel die momenten in zijn leven dat hij ergens helemaal in opgaat en boven zichzelf lijkt uit te stijgen. Denk aan de voetballer die ogen in zijn rug lijkt te hebben, de windsurfer die één is met de wind, of de bergbeklimmer die trefzeker en behendig een steile wand beklimt. Ikzelf kan het ervaren als ik muziek maak. Op de beste momenten voel ik dat de muziek via mij gebeurt. De drumstokken in mijn hand gaan een eigen leven leiden. De spanning van het vel, de kwaliteit van de trommel, de andere muzikanten, alles draagt bij aan het geheel. Eigenlijk is er een eenheid met de hele context, de ruimte, akoestiek, het publiek. Het is een co-creatie.

Vervaeke ziet de manier waarop de wereld zich voor ons ontvouwt als een co-creatie van de mens, die beantwoordt aan zijn omgeving. Dat we dat doorgaans niet zo ervaren, komt omdat we ons via de taal al meester hebben gemaakt van de werkelijkheid. Daarmee lijkt alles al vast te staan. Maar de taal zelf is als co-creatie tot stand gekomen. Dat je bijvoorbeeld een boom als boom kan herkennen, terwijl alle bomen verschillend zijn, is doordat je er veel omgang mee hebt gehad (en dat we er miljoenen jaren in hebben geklommen). Het fundament van onze kennis, voordat er woorden zijn, is participatief.

Een mooie vertaling vind ik belichaamd. Voor dit belichaamd weten mogen wij meer aandacht hebben in onze cultuur. Dat kan bijvoorbeeld door meer sport en muziek in het onderwijs, of door rituelen en meditatie. In lichaamsgerichte therapie doe je dat door het ontwikkelen van meer lichaamsbewustzijn. Wat neem je waar in je lijf? Wat is je impuls? Wat doe je onbewust? Ook worden thema’s of vragen die spelen uitgewerkt door het lijfelijk uit te spelen.

Wijsheid kan je nooit leren uit een boekje. Het vergt deelname, waarbij je bereid moet zijn zelf te veranderen. Dat zie je nog in het boeddhisme en dat wisten ook de oude Grieken en de neo-Platonisten, betoogt Vervaeke. Zij wisten dat wijsheid een gemeenschap en traditie vergt met bepaalde gebruiken en oefeningen, waaraan je moet committeren om verder te groeien.

Ik word zo enthousiast en blij als ik iemand hoor die al die lijntjes in mijn leven, muziek, filosofie en lijfwerk, samenbrengt in een groter geheel. Het steunt mij in mijn commitment aan het pad dat ik ga, waar ik via dagelijkse practices, studie, bijeenkomsten, bio-energetische oefeningen, hardlopen, mediteren, hoop wijsheid in mijzelf te ontwikkelen.

Denkrimpels

Foto: Travis Leery at unsplash

De hersenen, de huid en het zenuwstelsel worden in de embryonale ontwikkeling allemaal gevormd vanuit het ectoderm, las ik van de week. Wat een inspirerende gedachte om de huid en het denken met elkaar in verband te brengen: het denken als specialisatie van de huid, een tastzin op afstand. Dat beeld maakt meteen inzichtelijk dat het denken gevoelig is. Als mensen zeggen ‘je moet je gevoel volgen’, is voor mij dat denkend aspect weggemoffeld.

Drie denkers die mij het afgelopen jaar enorm geïnspireerd hebben zijn: Ian McGilchrist, Jordan Peterson en John Vervaeke. De laatste heb ik afgelopen week pas ontdekt, maar ik kan hem nu al noemen in dit rijtje van drie. Het zijn drie denkers die zoeken naar wegen om onze werkelijkheid weer een zinvol geheel te maken. Naar mijn idee hele gevoelige mannen, gevoelig voor alle nuance en details. Als een prinses op de erwt, die nieuwsgierig wordt wat die erwt zou kunnen zijn. De erwt wordt verwelkomd en hoort bij het geheel. Het zijn denkers die helen!

En om het beeld nog wat verder te trekken, zoals de huid wat kan verhoornen, kan ook het denken verharden. Ondanks alle enorme waardering voor deze denkers: Vervaeke neigt soms naar wetenschappelijk fundamentalisme en Peterson naar religious fundamentalisme. McGilchrist heeft wat dat betreft de zachtste huid. Hij is ook het vriendelijkst. Peterson en Vervaeke praten op een wat boze of geagiteerde toon. Ze hebben zich wat vastgezet. Dat maakt wel dat hun ideeën messcherp zijn, terwijl McGilchrist graag voortborduurt op een thema. Voor mij uiteindelijk wel de mooiste denker van deze drie.

McGilchrist schreef The Master and his Emissary. Voor een introductie kijk eens naar het gesprek tussen Jordan Peterson en McGilchist: .

Peterson is op zijn best in de personality lectures.

Vervaeke heeft een briljante serie: Awakening form the meaning crises

Ruimte voor intuitie

open up
Illustratie: Bindu Upadhyay https://100daysoffeelings.tumblr.com/

Intuïtie hebben we nodig als we in het onbekende komen. De linkerhersenhelft is vooral goed in het gebied waar we de weg al kennen. In onbekend gebied hebben we de rechterhersenhelft juist meer nodig. De grens tussen bekend en onbekend, is het gebied waar we worden uitgedaagd en ons het meest levendig voelen. Lees over dit concert tussen de twee hersenhelften.

Al lang geleden leerde ik bij NLP dat in de meeste culturen, mannen rechts van hun vrouw staan. Het was een aansporing om dat voor je zelf eens te onderzoeken, of dit verschil maakt of niet. Ik vond het een ontdekking om te merken hoe subtiel dat kan werken. Sindsdien ben ik me er altijd bewust van. Een client geef ik meestal de keus. Waar wil je zitten? Sta ik zo aan de goede kan voor jou? Het helpt om wat te zakken in je waarneming en alles in je intuïtie serieus te nemen. Maar er valt meer over te zeggen.

Lange tijd was het onderzoek naar hersen-lateralisatie (specialisatie tussen links en rechts) niet populair in wetenschappelijke kringen. Te vaak waren zogenaamde guru’s aan de haal gegaan met theorieën die totaal niet bleken te kloppen. Zo raakte dit onderzoek wat verdacht. Een probleem daarbij was dat men vaak de verschillen zocht in wat de linker- en hersenhelft doen, zegt psychiater en filosoof Iain McGilchrist. Terwijl de grootste verschillen niet zitten in het wat, maar eerder in de manier waarop.

Waar komen die verschillen vandaan?

Veel onderzoekers gaan ervanuit dat het verschil in de linker- en rechterhersenhelft te maken heeft met de twee manieren waar waarop we in de wereld kunnen staan: als prooi of als roofdier. De linkerhersenhelft is gespecialiseerd in jagen en verzamelen en de rechterhersenhelft houdt alle gevaren in de gaten.

De linkerhersenhelft kan de aandacht focussen op een klein gebied en gericht grijpen naar wat we nodig hebben. De linkerhersenhelft stuurt het rechter gedeelte van lichaam aan, daarom zijn de meeste mensen rechts. Ook de centra voor taalbegrip en spreken (gebieden van Wernicke en Broca) zitten bij de meeste mensen links in de hersenen. Veel wetenschappers denken dat er een directe link is tussen toolgebruik en taalgebruik. Als er in de motorisch ontwikkeling bij baby’s iets stokt, zie je dat later ook terug in de taalontwikkeling.

De rechterhersenhelft heeft een bredere attentie en is gericht op het scannen voor gevaar. Terwijl we eten met onze linkerhersenhelft, houdt de rechterhersenhelft een oogje in het zeil. Heeft de rechterhersenhelft dan helemaal geen bewustzijn van taal? Dat blijkt ook weer niet het geval. De rechterhersenhelft hebben we vooral nodig om in te schatten wat de emotionele lading is waarmee wordt gesproken. Maakt iemand een grap of is hij cynisch? Die impliciete betekenissen, daarvoor is de rechterhersenhelft van groot belang.

Twee polen maken samen muziek

Samen zorgen de hersenhelften voor een gebalanceerde oriëntatie in de wereld, zegt McGilchrist. Bijvoorbeeld bij een stuk muziek. De schoonheid van het geheel wordt het meest door de rechterhersenhelft ervaren. Maar als je het stuk wilt leren spelen, dan heb je de linkerhersenhelft hard nodig om alle motorisch verfijning eindeloos in te studeren. Bij de uiteindelijke uitvoering mag je dit weer vergeten en neemt de rechterhersenhelft weer de leiding om het geheel zo vrij mogelijk over het voetlicht brengen.

Voor McGilchrist is de rechterhersenhelft de master en de linkerhersenhelft zijn gezant, die meer gerichte taken met veel grotere precisie uit kan voeren. Problemen ontstaan wanneer de linkerhersenhelft niet meer naar de rechterhersenhelft wil luisteren. Wanneer deze meer uitvoerende gezant denkt alles te weten, terwijl de rechterhersenhelft altijd op zoek is naar de uitzonderingen en wat nog niet helemaal in het conceptuele kader past.

Linkshandig

En hoe is dat dan bij linkshandige mensen? Hebben die dan meestal het taalvermogen in de rechterhersenhelft zitten? Nee, meestal niet, maar dat kan wel. Wat hier al duidelijk wordt is hoe gecompliceerd de realiteit is en waarom het onderzoek naar hersenlateralisatie lange tijd heeft stil gestaan. Hersenplasticiteit, het vermogen van de hersenen om functies, die na bijvoorbeeld een kleine beroerte zijn uitgevallen, op een andere plaats weer over te nemen, laten ook zien dat we al dit onderzoek niet al te star en eenduidig moeten nemen. Met deze kanttekening, is het interessant naar nog wat wetmatigheden te kijken.

Onderzoek het zelf!

Een klein experimentje: wie is er vrolijker A of B op deze plaatjes? Neem even de tijd voordat je verder leest.

Emoties gezicht links en rechts

De meeste mensen kiezen A. De foto’s zijn echter identiek, alleen gespiegeld over de verticale as. Hoe kan dit? Om dat te begrijpen is het goed om even stil te staan bij de werking van de ogen. Het is niet zoals bij de armen en benen dat de communicatie volledig gekruist verloopt. Bij de ogen wordt het linker en rechter gezichtsveld gekruist verwerkt. In de rechterhersenhelft, wordt dus de linkerkant van het gezichtsveld van zowel het linker als rechter oog verwerkt en vice versa. Omdat op bovenste de foto linkerhelft lacht en omdat onze rechterhersenhelft iets beter is in het lezen van emotie, zien de meeste mensen het linker plaatje als iets vrolijker.

Balans

Omdat de verbinding tussen hersenen en het lijf altijd tweerichtingsverkeer is, is onze linker gezichtshelft ook bijna altijd iets expressiever. Als de man rechts van de vrouw staat, toont hij dus iets meer zijn gevoelens. Tegelijkertijd is hij iets beter in staat de emoties van zijn vrouw te lezen. Daarmee is de rechter positie van de man op huwelijks foto’s, misschien wel een poging om wat we als typisch mannelijke en vrouwelijk eigenschappen zien, iets meer met elkaar in balans te krijgen.

Er is nog veel meer interessant onderzoek naar de verschillen tussen hersenhelften. Bijvoorbeeld dat dieren elkaar ook bij voorkeur rechts passeren; dat baby’tjes meestal op de linkerarm worden gewiegd. Dat volwassen emoties langzamer interpreteren als ze rechts zijn gewiegd als kind, of dat iemand iets niet kan benoemen, maar wel kan tekenen. Zoek maar eens op cerebral lateralization en je krijgt superinteressante onderzoeksresultaten.

Intuïtie

Foto: Baptist Standaert op Unsplash

Het leuke van dit wetenschappelijk onderzoek voor mij is dat het ruimte geeft om op mijn intuïtie te vertrouwen. De ratio kan soms een aardige politieagent zijn, die allerlei zaken goed- of afkeurt. Maar het verstand is heel beperkt als het zijn eigen plaats niet kent en daar word je in dit onderzoek mooi aan herinnerd. Dat geeft ruimte om meer op je intuïtie te vertrouwen. Heel vanzelfsprekend, zoals dieren dat nog kunnen. Neem bijvoorbeeld deze hond. Automatisch houdt hij zijn kop wat naar links om contact met ons te maken. Zijn lichaamstaal spreekt meteen tot ons hart. Daar weer meer voor open staan, dat is wat je leert bij lichaamsgerichte therapie. Met een schat aan oefeningen om dichter bij jezelf te komen.

Behoeftig

De Luiaard

Kan je het gewoon vragen of zit je vriendelijk te kijken en af te wachten. Misschien neem je wel initiatief, doordat je graag iets doet voor een ander. Maar eigenlijk hoop je dat die ander het dan ook terugdoet. Of je praat veel en bent heel communicatief. Maar wat je echt wilt, daar praat je eigenlijk omheen. Of je vraagt het op een moment dat het eigenlijk niet uitkomt, als de pauze begint of de les is afgelopen. En dan krijg je niet wat je wil, en word je weer bevestigd in het patroon dat je altijd tekort komt.

Als peuter heb je niet de voeding gekregen die je nodig had. Dat kan heel letterlijk gebrek aan eten zijn, maar ook gebrek aan aandacht. En dan vooral ook goede aandacht; aandacht waarin je als peuter volledig wordt gespiegeld in wie je bent en wat er in je leeft. Zo raak je vervuld. Je laat het je smaken en weet ook wanneer het genoeg is. Wanneer die vervulling er als peuter niet is, dan ontstaat het patroon van nu hoeft het al niet meer, vermengd met een onverzadigbaar verlangen. Je hebt geleerd met minder genoegen te nemen en speelt dat het voldoende is. Daaronder ligt onvrede en ook gebrek aan energie om echt voor jezelf te zorgen.

In lichaamsgerichte psychotherapie word je je eigen lichaam en daarmee de eigen behoeften meer bewust. Door fysieke oefeningen kan de energie weer stapje voor stapje worden opgebouwd. Dat geeft zelfvertrouwen om te vragen wat je nodig hebt. Een heel geleidelijk proces waarbij je ook voldoende draagkracht leert ontwikkelen om het risico van een afwijzing te incasseren. Als je in overvloed kan denken, dan komen al je kwaliteiten als warme, communicatieve en enthousiasmerende persoonlijkheid weer naar voren.

De behoeftige karakterstij is één van de emotionele patronen waarmee we de grote levensthema’s tegemoet treden. In lijfwerk zijn dat veiligheid, voeding, autonomie, vrijheid en seksualiteit.

Opgetild – Waaierkeelhagedis

Deze hagedis is opgetild. Hij maakt zich groter dan hij is. In het borstgebied maakt hij veel indruk, maar daaronder staan wankele, smalle pootjes. In lichaamsgerichte psychotherapie gaan we ervan uit, dat je door naar iemands lijf te kijken, al een vermoeden kan krijgen wat zijn thema is.

Hoe deze hagedis is grootgebracht, weet ik niet. Bij mensen is er een duidelijk verband. Wanneer je als peuter op zoek naar autonomie, geen steun ervaart, kan een opgetilde houding ontstaan. Je ouders hadden hoge verwachtingen en gaven je een duwtje om je aan te moedigen. Of ze waren afwezig op het moment dat jij terugkeerde van je spannende avonturen, zoals een rondje rond de zandbak. Je ging je groothouden.

Dat kun je lang volhouden en het is zeker een kwaliteit. Leidinggevenden hebben vaak iets van deze karakterstijl. Maar als je de keus niet meer hebt, en je altijd groot moet houden, dan kan dat je op een gegeven moment uitputten. In lichaamsgericht werken kun je oefeningen doen of je weer over te geven en anderen meer te vertrouwen. Zo gaat het minder om controle en macht en kun je weer plezier hebben en spelen.

Rigide

Je hebt je huis prachtig op orde en gaat smaakvol gekleed. Je laat je altijd van je beste kant zien en op je werk zorg je dat elke presentatie perfect is voorbereid. Belangstelling genoeg, maar je vindt nooit die echt vervullende liefde. Hoe kan dat toch?

Het is goed mogelijk dat je als peuter al ongewild in het krachtenveld van de man-vrouw-verhoudingen bent getrokken. Jij bent papa’s kleine meisje en jij maakt papa helemaal gelukkig. Of zo grof en onbehouwen als je vader zal jij gelukkig nooit doen, want jij bent mama’s grootste schat.

Het kind raakt zijn onbevangenheid kwijt en er ontstaat een splitsing tussen hart en geslacht. Het kan veel verschillende vormen aannemen. Relaties waaruit alle passie is verdwenen, omdat man en vrouw volledig gelijk zijn. Of nog pijnlijker, je wordt aangetrokken tot onbereikbare partners, die bijvoorbeeld al zijn bezet. Andersom kan het ook zijn dat je dates laat bungelen, omdat ze nooit helemaal perfect zijn.

Herken je dit patroon? Lichaamsgerichte psychotherapie kent tal van oefeningen en werkvormen om die spontane impuls van het leven, die sexuele en hartsenergie verbindt, weer te herstellen.

Gebaar

Binswanger: “What we perceive are first and foremost not impressions of taste, tone, smell, or touch, not even things or objects, but meanings”

Foto: Ian Noble at unsplash

Handen zijn geweldig om een gebaar uit te drukken. Handen kunnen welkom heten of afweren. Er zijn beschermende, verlangende, bedelende en begrenzende handen. Een dirigent kan er een heel orkest mee aansturen. Een gebaar is meer dan een alleen de fysieke vorm. Het is een betekenis die wij in de wereld leggen. Die betekenissen doen iets met mij. Ook al gaat dat vaak onbewust. De lichaamstaal beïnvloedt ons direct. In lichaamsgerichte psychotherapie kun je dat aan den lijve ervaren.

Lichaamsgericht werken

Lichaamsgericht werken is hier prachtig in een fimpje te zien. Door iemands houding over te nemen ontstaat een emotionele resonantie. Als kind word je erdoor gevormd. Als therapeut kan je ermee werken.

Steeds meer onderzoek laat zien hoe herinneringen in ons lijf zijn opgeslagen. Zeker kinderen staan hier volledig voor open. In de eerste drie jaar van ons leven wordt onze karakterstijl gevormd. Dat is het emotionele patroon waarmee we de grote levensthema’s tegemoet treden. In lijfwerk zijn dat veiligheid, voeding, autonomie, vrijheid en seksualiteit.

Als kind heeft de karakterstijl je geholpen, maar als volwassene kan je erin vast blijven zitten. Als baby kreeg je bijvoorbeeld te maken met onveiligheid of gebrek aan aandacht. Je kreeg alerte en zoekende ogen en je leerde makkelijk te dissociëren; uit je lijf naar een veilige spirituele wereld. Later als volwassene heb je moeite om te aarden. Het oude patroon houdt zichzelf in stand. Wie telkens gefocust is op veiligheid zal overal risico’s zien, wie uitgaat van gebrek heeft nooit genoeg enzovoort.

Karakterstijlen blijven vaak je hele leven bij je. Ze worden zichtbaar in je houding en zelfs in je postuur. Ze hebben ook elk hun kwaliteiten, die je tot ontplooiing kan brengen, door er een beetje afstand van te nemen.